
De Vissersramp van Paesens Moddergat
Vlak na middernacht op 5 maart 1883 zeilde de hele kustvissersvloot
van Paesens en Moddergat, twee vissersdorpjes aan de noordkust van Friesland,
de zee op. De 22 aken en blazers zetten koers naar de rijke visgronden
ten noordoosten van Borkum, het zogenaamde Scholveld. De vissers hadden
een lange winter zonder inkomsten achter de rug. Het aanhoudende prachtige
voorjaarsweer en de redelijk goede weersverwachting verleidden de vissers
om weer uit te varen. Onder een aanwakkerende noordwester werden die
5e maart de hele dag de scholnetten over de visgronden gesleept. Ondanks
de tegenvallende vangst werd er doorgevist tot in de avond,
tegen de achtergrond van een zware lucht die opkwam in het noordwesten.
Vlak na tien uur 's avonds werden de vissers op hun kleine, open, nauwelijks
zeewaardige zeilschepen binnen een kwartier overvallen door een plotseling
opstekende noordwester storm. Ooggetuigen aan wal vertelden later van
een zwarte lucht die laat op de 5e maart plat over het water kwam aanzetten,
vol met hagel- en sneeuwbuien. Zelden werd de Noordzee zo snel een kolkend,
woedend monster, met golven die tot 20 meter hoog werden opgezweept.
De schippers gingen een inktzwarte nacht in. Hun machteloze worsteling
om westwaarts, door de zeegaten tussen de waddeneilanden hun veilige
thuishaven te bereiken, moet onvoorstelbaar zwaar geweest zijn. Hun
hoop op afnemende wind bij het ochtendgloren vervloog. De wind nam alleen
maar in kracht toe. In buien stond er windkracht 9 tot 10. In de daarop
volgende uren voltrok zich een ramp die vrijwel de gehele vissersvloot
van Paesens en Moddergat opeiste. In totaal kelderden 17 van de 22 schepen.
83 vissers kwamen om. Sommige families hadden in één klap al hun mannelijke
leden verloren.
|